Woordenlijst magneten: begrippen van A tot Z

Van afstoten en BHmax tot werklast en zelfklevend: de belangrijkste begrippen rond magneten kort en helder uitgelegd.


By Magnetenspecialist
6 min read


Kom je bij het kiezen van een magneet termen tegen als remanentie, N52, axiaal of schuifkracht? In deze woordenlijst leggen we de belangrijkste begrippen kort en in gewone taal uit. Waar je er meer over kunt lezen, vind je een link naar een uitgebreider artikel uit ons kenniscentrum.

Ga naar letter: A · B · C · D · E · F · G · H · I · K · L · M · N · O · P · R · S · T · V · W · Z

A

Afstoten

Twee gelijke polen (noord en noord, of zuid en zuid) duwen elkaar weg. Hoe dichter ze bij elkaar komen, hoe harder. Meer in Waarom trekken magneten elkaar aan of stoten ze elkaar af?

Alnico

Magneetmateriaal van aluminium, nikkel en kobalt (met ijzer). Zwakker dan neodymium, maar zeer goed bestand tegen hitte, tot zo'n 450 tot 500 °C. Vaak gebruikt in staafmagneten voor het onderwijs en in meetinstrumenten.

Anisotroop

Een magneet die tijdens de productie een voorkeursrichting heeft gekregen. Hij is in die richting veel sterker, maar kan alleen in die richting gemagnetiseerd worden. Vrijwel alle neodymium en de meeste ferrietmagneten zijn anisotroop. Het tegenovergestelde is isotroop.

Axiaal gemagnetiseerd

De polen zitten op de platte kanten, bijvoorbeeld boven en onder bij een schijfmagneet. Dit is de standaard. Zie Axiaal of diametraal gemagnetiseerd.

B

BHmax

Het maximale energieproduct van een magneetmateriaal, uitgedrukt in MGOe. Het getal in de kwaliteitsaanduiding (zoals N42) is de BHmax: hoe hoger, hoe sterker het materiaal. Zie Wat betekent BHmax?

Blokmagneet

Rechthoekige magneet, aangeduid als lengte x breedte x hoogte. Meestal gemagnetiseerd door de dikte. Zie Welke blokmagneet kies je?

Br (remanentie)

De magnetische fluxdichtheid die een materiaal behoudt nadat het gemagnetiseerd is, in tesla. Bij neodymium ligt die rond 1,2 tot 1,45 T. Zie Wat is remanentie (Br)?

C

Coating

Beschermlaag op een magneet, omdat neodymium snel roest. De bekendste is NiCuNi (nikkel-koper-nikkel); daarnaast zijn er epoxy, kunststof en rubber. Zie Welke coating kies je?

Coërciviteit (Hc)

Hoe goed een magneet weerstand biedt tegen ontmagnetiseren, bijvoorbeeld door een tegengesteld magnetisch veld of warmte. Zie Wat is coërciviteit (Hc)?

Curiepunt

De temperatuur waarboven een materiaal zijn magnetisme volledig verliest. Voor neodymium ligt die rond 310 tot 400 °C, maar de kracht neemt al blijvend af vanaf de maximale gebruikstemperatuur. Zie Wat is het Curiepunt?

D

Demagnetiseren

Het (gedeeltelijk) verliezen van magnetisme, door hitte, een sterk tegengesteld veld of harde klappen. Zie Waarom verliezen magneten hun kracht?

Diametraal gemagnetiseerd

De polen zitten op de ronde zijkanten in plaats van op de platte kanten. Gebruikt in sensoren, motoren en draaiende toepassingen. Zie Axiaal of diametraal gemagnetiseerd.

Draadbus

Een bus met binnendraad (bijvoorbeeld M4 of M6) bovenop een potmagneet, waarin je een bout, haak of oog draait. Zie potmagneten met draadbus.

Draadstift

Een uitstekende draadstift aan een potmagneet, die je door een gat steekt en met een moer vastzet. Zie potmagneten met draadstift.

E

Epoxy

Kunststofcoating die beter bestand is tegen vocht dan nikkel. Herkenbaar aan de zwarte of grijze kleur. Bij beschadiging kan de magneet alsnog roesten. Zie epoxy magneten.

F

Ferriet

Keramisch magneetmateriaal van ijzeroxide. Zwakker en goedkoper dan neodymium, maar roest niet en kan tot ongeveer 200 °C gebruikt worden. Zie Neodymium, ferriet of samarium-kobalt.

Ferromagnetisch

Een materiaal dat sterk wordt aangetrokken door een magneet, zoals ijzer, staal, nikkel en kobalt. Zie Welke metalen zijn magnetisch?

Flexibele magneet

Buigzame magneet waarbij magneetpoeder in rubber of kunststof is verwerkt, zoals onze magneetstrips. Zwakker dan massieve neodymium magneten, maar knipbaar.

Fluxdichtheid

De sterkte van het magnetisch veld op een bepaalde plek, uitgedrukt in tesla of gauss.

G

Gauss

Eenheid van magnetische fluxdichtheid. 10.000 gauss is 1 tesla. Zie Wat is Gauss en Tesla?

Gesinterd

Productiemethode waarbij magneetpoeder wordt geperst en verhit tot een massief blok. Zo worden de meeste neodymium magneten gemaakt. Zie Hoe worden neodymium magneten gemaakt?

H

Haakmagneet

Potmagneet met een haak in de draadbus, om iets aan op te hangen. Zie haakmagneten en Haakmagneet of oogmagneet?

Houdkracht

De kracht die nodig is om een magneet loodrecht los te trekken van een dikke, vlakke stalen plaat, uitgedrukt in kg. Een labwaarde: in de praktijk is de kracht lager. Zie Hoe wordt de houdkracht bepaald?

I

Isotroop

Een magneet zonder voorkeursrichting, die in elke richting gemagnetiseerd kan worden, maar zwakker is dan een anisotrope magneet.

K

Kogelmagneet

Bolvormige magneet, populair voor knutselwerk en demonstraties. Zie Welke kogelmagneet kies je?

Kubusmagneet

Blokmagneet met gelijke zijden. Zie Welke kubusmagneet kies je?

L

Luchtspleet

Elke afstand tussen magneet en staal: verf, folie, tape, stof of een kier. Bij kleine magneten kan een halve millimeter de houdkracht al met een kwart tot ruim een derde verlagen. Zie Kunnen magneten door hout, glas en kunststof heen werken?

M

Magnetisch veld

Het gebied rond een magneet waarin hij kracht uitoefent. Zie Wat is een magnetisch veld?

Magnetiseringsrichting

De richting van noord- naar zuidpool in de magneet: axiaal, diametraal of in banen (meerpolig).

Maximale gebruikstemperatuur

De hoogste temperatuur waarbij een magneet zijn kracht behoudt. Standaard neodymium (zonder letter achter het getal) tot 80 °C. Zie Magneten bij hoge temperaturen.

Meerpolig

Een magneet met meerdere noord- en zuidpolen naast elkaar, zoals bij magneetstrips. Daardoor houdt hij goed vlak tegen staal, maar is het veld minder diep.

N

N-waarde (N35 tot N52)

De kwaliteit van neodymium: hoe hoger het getal, hoe sterker het materiaal bij dezelfde maat. Een N52 houdt ongeveer een kwart meer dan een N42 van dezelfde maat. Zie Wat betekent N35, N42, N48 en N52?

Neodymium (NdFeB)

Magneetmateriaal van neodymium, ijzer en borium: de sterkste permanente magneten die er zijn. Zie Wat is neodymium?

NiCuNi

Standaardcoating van nikkel-koper-nikkel. Glanzend zilver, goed bestand tegen slijtage, maar niet geschikt voor langdurig gebruik in vocht. Zie Waarom hebben neodymium magneten een coating?

Noordpool en zuidpool

De twee uiteinden van een magneet. Ongelijke polen trekken elkaar aan, gelijke polen stoten elkaar af. Zie Waarom trekken magneten elkaar aan?

O

Oogmagneet

Potmagneet met een oog in de draadbus, voor een touw, karabiner of ketting. Zie Welke oogmagneet kies je?

P

Permanente magneet

Een magneet die zijn magnetisme zelf vasthoudt, zonder stroom. Het tegenovergestelde van een elektromagneet. Zie Hoe werkt een magneet?

Permeabiliteit

Hoe goed een materiaal een magnetisch veld geleidt. Staal geleidt goed, lucht, hout en kunststof bijna niet.

Potmagneet

Magneet in een stalen pot, die de kracht bundelt naar één kant. Daardoor veel sterker dan een losse magneet van dezelfde maat. Zie potmagneten en Waarom zijn potmagneten zo sterk?

R

Ringmagneet

Ronde magneet met een gat in het midden, vaak met verzinkgat voor een schroef. Zie Welke ringmagneet kies je?

Rubber ommanteld

Magneet of potmagneet met een rubberen laag. Beschermt lak en geeft grip, waardoor hij minder snel wegschuift, maar de houdkracht is lager. Zie rubber gecoate magneten.

RVS

Roestvast staal. De meeste soorten (zoals 304 en 316) zijn niet of nauwelijks magnetisch. Zie Is RVS magnetisch?

S

Samarium-kobalt (SmCo)

Sterk magneetmateriaal dat tot zo'n 250 tot 350 °C gebruikt kan worden en goed bestand is tegen corrosie. Duurder dan neodymium. Zie Neodymium, ferriet of samarium-kobalt.

Schijfmagneet

Ronde, platte magneet, aangeduid als diameter x hoogte. De meest gebruikte vorm. Zie Welke schijfmagneet kies je?

Schuifkracht

De kracht waarbij een magneet langs een oppervlak gaat schuiven, bijvoorbeeld aan een verticale wand. Bij staal op staal ongeveer 15 tot 25% van de houdkracht. Zie Houdkracht, trekkracht en werklast.

Staafmagneet

Langwerpige ronde magneet, gemagnetiseerd in de lengte. Zie Welke staafmagneet kies je?

Staalband

Zelfklevende strip van staal, zelf niet magnetisch, die als ondergrond dient waarop magneten hechten. Niet te verwarren met magneetband.

T

Temperatuurklasse (M, H, SH, UH, EH)

Letters achter de N-waarde die aangeven tot welke temperatuur neodymium bruikbaar is: zonder letter tot 80 °C, M tot 100 °C, H tot 120 °C, SH tot 150 °C, UH tot 180 °C en EH tot 200 °C. Zie Magneten bij hoge temperaturen.

Tesla

SI-eenheid van magnetische fluxdichtheid. 1 tesla is 10.000 gauss. Zie Wat is Gauss en Tesla?

Trekkracht

De kracht waarmee een magneet ergens aan trekt. Wordt vaak door elkaar gebruikt met houdkracht. Zie Houdkracht, trekkracht en werklast.

V

Verzinkgat

Een schuin aflopend gat in een magneet, waardoor de kop van een verzonken schroef vlak wegvalt. Zie potmagneten met verzinkgat.

Vismagneet

Sterke potmagneet met oog, om metalen voorwerpen uit het water te halen. Zie Welke vismagneet kies je?

W

Werklast

Het gewicht dat je in de praktijk veilig aan een magneet kunt hangen. Altijd veel lager dan de houdkracht. Zie Houdkracht, trekkracht en werklast.

Z

Zeldzame aardmetalen

Groep van zeventien elementen, waaronder neodymium en samarium. Zie Wat zijn zeldzame aardmetalen?

Zelfklevend

Magneet met een kleeflaag aan één kant, zodat je hem zonder boren of schroeven bevestigt. Zie zelfklevende magneten.

Mis je een begrip, of twijfel je welke magneet bij je toepassing past? Gebruik de Magneetadviseur of neem contact met ons op.